Jeroen Brabers, ABN AMRO | May 16, 2014

Het kopen van een bedrijf in zwaar weer kan er voordelig uitzien. Maar vaak wordt de costs of financial distress vergeten, waardoor het een risicovolle overname wordt.

Een klassiek patroon: een bedrijf is in de problemen geraakt, financieel gaat het van kwaad tot erger en uiteindelijk wordt door een concurrerende bank of een belangrijke leverancier het mes op de keel gezet.

Dat is het moment dat ik een telefoontje krijg van een potentiële koper. Deze ziet een geweldige kans om het bedrijf te kopen voor heel weinig geld. Dit 'weinige' geld wordt als krediet aan de bank gevraagd, want - zo luidt de redenering - we kunnen het bedrijf voor zo ver onder de marktwaarde kopen, dat je daar als bank geen buil aan kunt vallen. En omdat het bedrijf op omvallen staat is er geen tijd meer te verliezen, de overnamefinanciering moet liever vandaag dan morgen zijn geregeld en op mijn vraag of er al een dichtgetimmerd ondernemingsplan is opgesteld, wordt meestal ontkennend gereageerd.

Zelf een bedrijf (gedeeltelijk) overnemen? Bekijk hier het complete aanbod op Brookz.

Costst of financial distress

Van zo'n telefoontje gaat mijn hart dus echt niet sneller kloppen. Het toekomstig succes staat voor mij immers nog allerminst vast. Als de marktwaarde van het bedrijf op basis van een going concern-scenario hoger ligt dan de aankoopprijs, dan kan er inderdaad sprake zijn van een 'lucky buy' omdat de verkoper er - om wat voor reden dan ook - er snel van af moet. De kans is echter vele malen groter dat er sprake is van 'badwill' als gevolg van de costs of financial distress. Costs of financial distress (CFD), ook wel faillissementskosten genoemd, kunnen zowel direct als indirect van aard zijn.

Directe faillissementskosten zijn bijvoorbeeld reorganisatie- en/of afvloeiingskosten om het verouderde businessmodel te veranderen, maar ook kosten voor bijvoorbeeld juridische bijstand, advieskosten of hogere bankkosten omdat het kredietrisico groter is geworden.

De indirecte faillissementskosten zijn vaak nog groter. Denk daarbij aan reputatieschade, verlies van belangrijke personeelsleden of hogere premies om het key-personnel vast te houden, verlies van klanten, leveranciers die vooruitbetaald willen worden of zelfs helemaal niet meer willen leveren, misgelopen investeringsmogelijkheden (opportunity costs) of voorraden die met hoge kortingen verkocht moeten worden om cash te genereren.

Allemaal factoren die leiden tot een verminderde rentabiliteit en dus tot meer druk op de cashflow als gevolg van een verhoogd faillissementsrisico. Voor bedrijven zoals OAD, Free Record Shop en Polare hebben deze kosten recent zelfs tot de ondergang geleid. Zij hadden hierdoor uiteindelijk geen liquiditeiten meer om hun verouderde businessmodellen te transformeren.

Ondernemingsrisico

Dit soort 'buitenkansjes' lijken op het eerste gezicht dus erg interessant vanwege de lage prijs, zeker als de bank ook nog wordt gevraagd om het ondernemingsrisico te dragen. In de praktijk blijkt die prijs vaak nog veel te hoog wanneer daarin ook de faillissementskosten zijn meegenomen.

Het overnemen van een bedrijf in zwaar weer is buitengewoon risicovol en daarom vaak alleen weggelegd voor strategische kopers of private equity-partijen. Enerzijds omdat dit type kopers vaak over diepgaande kennis beschikt van de branche en de mogelijke verdienmodellen en anderzijds diepe zakken heeft om dure (insolventie-)specialisten in te schakelen, uitgebreid due diligence te doen en - niet geheel onbelangrijk - het ondernemingsrisico kunnen dragen.

Jeroen Brabers, ABN AMRO

Jeroen Brabers is werkzaam als financieringsspecialist grootbedrijf bij ABN AMRO. Hij richt zich op de acquisitie van krediet-gedreven transacties, waarbij de primaire focus ligt op leveraged-, overname- en andere complexe of alternatieve financieringsvormen.

artikel delen


Nieuwste bedrijven te koop ontvangen?

Inschrijving Brookz nieuwsbrief
Schrijf je in voor de Brookz nieuwsbrief en ontvang tweemaal per week het nieuwste bedrijvenaanbod in je inbox!
 




Reden interesse