Jeroen Brabers, ABN AMRO | April 2, 2015

Uit recent onderzoek van EY en de University of Cambridge blijkt echter dat deze alternatieve financieringsmarkt zich razendsnel ontwikkelt en al bijna 3 miljard bedraagt in Europa.

Nu lijkt dat heel veel, maar het is natuurlijk maar een kleine druppel op de gloeiende plaat. Zeker als je dieper naar de cijfers kijkt en beseft dat er bijvoorbeeld in Nederland in 2014 slechts € 63 miljoen via crowdfunding is opgehaald.

Veel potentie

Desondanks denk ik dat de snel opkomende alternatieve financieringsmarkt voor bedrijfsovernames veel potentie heeft. Door de recente kredietcrisis moeten banken aan strenge Europese regelgeving voldoen en extra kapitaal aanhouden (Basel III). Hierdoor streven banken naar een meer gematigd risicoprofiel en worden zij gestimuleerd om te focussen op asset-based financieringen (hypotheken, lease, factoring etc.). De markt voor alternatieve financieringen is daarom nog nooit zo gunstig geweest. Internationaal zijn er veel innovatieve ontwikkelingen gaande en de rendementen op de spaar- en obligatiemarkt zijn extreem laag. Particuliere en professionele partijen zullen daarom denk ik steeds harder op zoek gaan naar rendement en het MKB zou daarvan wel eens kunnen profiteren. 

Uitdagingen

Eén van de uitdagingen vormt naar mijn mening het in de corporate finance bekende agency-probleem en de daarmee samenhangende kosten. Dit is voor veel MKB bedrijven nog onbekend terrein. Immers, de belangen van managers en aandeelhouders lopen bij veel DGA bedrijven nog volkomen parallel. Maar als er steeds meer partijen verschijnen aan de rechterkant van de balans, wordt ook het risico van conflicterende belangen steeds groter.

De zittende manager kan bijvoorbeeld een persoonlijke, soms statusverhogende, agenda hebben. Denk bijvoorbeeld aan een zeer luxe bedrijfspand of Porsche van de zaak waarvan de DGA het gebruiksgenot heeft, maar welke niet leidt tot waarde maximalisatie bij de andere aandeelhouders. Agency kosten zijn aldus alle kosten die moeten worden gemaakt om benadeling door een andere partij te beperken. 

Belangenstrijd

Ook is er een verschil in belangen tussen eigen en vreemd vermogen verschaffers. Het belang van de laatste partij is dat de onderneming aan zijn rente- en aflossingsverplichtingen kan voldoen. Als er meer risico wordt genomen is de kans kleiner dat aan die verplichtingen kan worden voldaan. De verschaffer van vreemd vermogen wordt hiervoor immers niet beloond en zal daarom juist op de rem willen gaan staan. Maar ook tussen vreemd vermogen verschaffers onderling kunnen tegengestelde belangen ontstaan. Bijvoorbeeld omdat de bank over zekerheden beschikt of dat bepaalde leningen naar de bank zijn achtergesteld.

Regierol

Mijn conclusie is dat er komende jaren steeds meer verschillende soorten financiers aan de rechterkant van de balans zullen verschijnen waardoor ook de agency kosten toenemen. Zeker in economisch slechte tijden zal blijken of het ook daadwerkelijk werkbaar is. Met één bank is het over het algemeen makkelijker en sneller onderhandelen over het aanpassen van de condities dan met een groot aantal crowdfunders of obligatiehouders. Bovendien hebben banken veel ervaring en gespecialiseerde afdelingen om bedrijven door zwaar weer te loodsen. Het toverwoord zal naar mijn mening samenwerking worden. En voor mij als financier interessant: wie gaat daarin de regierol pakken?

Jeroen Brabers, ABN AMRO

Jeroen Brabers is werkzaam als financieringsspecialist grootbedrijf bij ABN AMRO. Hij richt zich op de acquisitie van krediet-gedreven transacties, waarbij de primaire focus ligt op leveraged-, overname- en andere complexe of alternatieve financieringsvormen.

artikel delen