Peter Rikhof, Brookz | April 24, 2018

De overname van een franchise is niet fundamenteel anders dan de overname van een zelfstandige onderneming. Toch zijn er een paar belangrijke verschillen. Waar moet je aan denken?

#1 Welke formule past bij je

Zoals bij iedere overname, is het van belang om je goed te oriënteren. Stel daarbij ook de vraag welke formule het beste bij je past. De mate waarin formules ruimte bieden voor eigen initiatief en ondernemerschap verschilt sterk. Zelfs tussen ‘harde’ franchises zijn er grote verschillen. Sommige franchisegevers behandelen franchisenemers als veredelde werknemers, terwijl andere formules ondernemerschap juist op prijs stellen. Wie veel waarde hecht aan autonomie, kan beter een soft franchise overnemen.

In de B2C-markt zijn dit soort franchises steeds schaarser. In de B2B-markt komt het meer voor, met name in branches waar een uniforme uitstraling minder belangrijk is. Denk aan de botteliers van Coca-Cola, ook dat zijn franchisenemers. De grootte van de formule maakt ook verschil. Bij grote franchiseketens zijn de processen rondom de overdracht meestal beter geregeld. Soms heeft de keten zelf adviseurs in dienst die als een soort voetbalmakelaars de ‘transfers’ van franchisenemers begeleiden. De meeste goedgeorganiseerde franchiseorganisaties hebben bovendien een franchiseraad, een overlegorgaan van franchisegever en franchisenemers.

#2 Meld je bij de franchisegever

Bij de overdracht van een franchise zijn drie partijen betrokken: de koper, de huidige franchisenemer en de franchisegever. Het is een ingewikkelde driehoeksverhouding. In vrijwel alle franchisecontracten is opgenomen dat een franchisenemer die zijn vestiging wil verkopen (al dan niet wanneer het contract op zijn eind loopt), de franchise eerst moet aanbieden aan de franchisegever én dat deze zijn goedkeuring moet geven aan de eventuele overnamekandidaat. In uitzonderlijke gevallen kan de franchisegever de overname blokkeren, al kan dit alleen op basis van objectieve en redelijke criteria. Bij een verkoop/overname hebben de formule en de verkopende franchisenemer soms botsende belangen.

De franchisenemer wil uiteraard voor een zo hoog mogelijk bedrag verkopen, terwijl de franchisegever vaak juist een zo laag mogelijke prijs wil. Een te hoge koopsom drukt op het rendement, waardoor de continuïteit van de onderneming in gevaar komt en de nieuwe eigenaar weinig armslag heeft om te investeren in de franchise. Formeel heeft de franchisegever geen zeggenschap over de prijsbepaling, maar de conflicterende belangen kunnen de onderhandelingen flink onder spanning zetten. Reden te meer om zo vroeg mogelijk in het overnametraject om tafel te gaan met de franchisegever. Die weet als geen ander wat een reële waardering is van de onderneming en wat er geïnvesteerd moet worden.

#3 Laat je adviseren

Het loont om je te laten bijstaan door een eigen adviseur, ook in de oriënterende fase. Een adviseur kan een analyse maken van de onderneming (marktmogelijkheden, omzet- en winstperspectieven, noodzakelijke investeringen, etc.) en weet op welke zaken je moet letten in de samenwerking- of franchise-overeenkomst. Dat varieert van redelijk voor de hand liggende zaken (heeft het huurcontracten dezelfde looptijd als het franchisecontract?) tot aan de afspraken over investeringen en winstdeling.

Bedrijf overnemen?

Op zoek naar een bedrijf ter overname of wilt u investeren? Op Brookz staan meer dan 600 actuele bedrijven te koop aangeboden.

#4 Concept van de overeenkomst

Zorg dat je een concept van de overeenkomst krijgt. Hierin staan alle belangrijke juridische zaken vermeld, zoals de duur van de overeenkomst, de hoogte van de entreefee en wat je eventueel periodiek moet afdragen voor bepaalde diensten. In het handboek dat door de meeste formules wordt gebruikt, worden vaak de meer operationele zaken beschreven, zoals hoe de verkoopmarketing is geregeld, hoe de in- en verkoop in zijn werk gaat, de huisstijl en meer. Het handboek en de overeenkomst vormen samen één geheel. Heldere afspraken verkleinen het risico op conflicten naderhand.

De afgelopen jaren lagen meerdere grote franchiseformules overhoop met hun franchisers door onenigheid over (onder meer) winstdeling. Zo vonden franchisenemers van Albert Heijn dat zij onvoldoende meedeelden in inkoopkortingen en -bonussen. Op het dieptepunt van dit conflict gingen de franchisenemers zelfs over tot een betaalstaking. Het leidde tot een rechtszaak die in hoger beroep verloren werd door de franchisenemers. Ook bij HEMA, Bruna, Bakker Bart en de drogisterijketen DA sleepten franchisenemers het hoofdkantoor voor de rechter.

De conflicten vormden mede de aanleiding voor de Nederlandse Franchise Code (NFC), een gedragscode met regels voor franchisegevers en -nemers bij het aangaan, uitvoeren en ontbinden van een franchiseovereenkomst. De NFC werd in 2016 gepresenteerd aan toenmalig minister van Economische zaken Kamp, maar is tot op heden — na hevige protesten van de Nederlandse Franchise Vereniging — geen wet. De Code kan wel een nuttige richtsnoer zijn voor het toetsen van een franchise-overeenkomst.

#5 Denk na over de exit

Het is belangrijk om te weten waar je aan toe bent als je de franchise wilt verkopen, maar spreek ook af wat er gebeurt als de looptijd van het contract is beëindigd. Een franchisecontract wordt altijd voor beperkte periode afgesloten. Vijf jaar is in de meeste branches gebruikelijk, al zijn er uitzonderingen (voor supermarkten is een looptijd van meer dan tien jaar gangbaar). De meeste franchiseovereenkomsten hebben bepalingen voor tussentijdse verkoop. Over de situatie na afloop van het contract is meer onduidelijkheid.

Op dit punt zijn er grote verschillen tussen ketens. Er zijn franchisegevers die franchisenemers kunnen dwingen om hun bedrijf na afloop van het contract te verkopen. Maar ook als er in franchiseovereenkomst helemaal niks is geregeld over de situatie aan het einde van de looptijd kan dit voor vervelende situaties zorgen. Als de franchisenemer op zo’n moment verder wil, moet het contract verlengd worden. In principe mag het nieuwe contract niet al te zeer afwijken van het eerdere contract, maar dit is voor meerdere uitleg vatbaar. Als de franchisenemer geen verlenging wil, of geen verlening krijgt, kan discussie ontstaan over de vraag of de franchisenemer aanspraak maakt op een vergoeding voor de ‘goodwill’ van de franchise. Dit is zeker niet vanzelfsprekend.

Als hierover niets is afgesproken, kan het huurrecht uitkomst bieden. Met name wanneer de franchisegever in hetzelfde pand binnen een jaar na afloop van het franchisecontract een nieuwe, vergelijkbare franchise start, is dat grond voor een vergoeding. De franchisegever heeft dan tenslotte voordeel van de activiteiten van de eerdere franchisegever (denk bijvoorbeeld aan de bekendheid bij het publiek van de locatie). Om dit soort netelige juridische discussies te vermijden, is het beter om ook hierover vooraf duidelijke afspraken te maken.

Peter Rikhof, Brookz

Peter Rikhof is oprichter en algemeen directeur van Brookz. Hij is auteur van Hoe koop ik een bedrijf? en Hoe verkoop ik mijn bedrijf? en heeft sinds 2007 twee keer een bedrijf overgenomen en drie bedrijven met succes verkocht.

artikel delen