Q&A: Investeringsfonds Main Capital

Redactie team, Brookz | October 13, 2015

Investeringsfonds Main Capital lanceert deze maand een nieuw fonds en opent een kantoor in Duitsland. ICT is booming, maar managing partner Charly Zwemstra is niet bang voor een nieuwe bubble. ‘Zolang wij voorop blijven lopen, profiteren wij van juist van deze hausse.’

Bedrijfsverkoop

Op oudejaarsdag tekende de investeringsmaatschappij de grootste deal uit zijn historie door een meerderheidsbelang te nemen in OnGuard, een Goois softwarehuis dat debiteurenprogrammatuur verkoopt. Het was een bedrijfskoop zoals managing partner Charly Zwemstra ze graag ziet: een management buy-out waarbij Main de meerderheid van de stukken verwerft en bovendien een mezzanine-lening verstrekt. Ook het type bedrijf past in de reeks van elkaar steeds sneller opvolgende investeringen en exits van Main Capital: Zwemstra heeft een uitgesproken voorkeur voor softwareondernemingen op zoek naar groeikapitaal, die stuk voor stuk de omslag maken van een verdienmodel met eeuwigdurende softwarelicenties naar een abonnementsmodel.

Investeren

Hoewel zelf geen bèta-man, kwam Zwemstra in zijn diensttijd al in aanraking met automatisering toen hij in 1988 als vaandrig opdracht kreeg een urenregistratiesysteem in te voeren. In 1993, in dienst van investeringsmaatschappij Parnib – een voormalige dochter van zakenbank NIBC – kreeg Zwemstra de kans om in softwarebedrijven te investeren en verwierf belangen in zowel startups als gevestigde softwarebedrijven. Met de bijbehorende klappers. Begin 1995 telde de Amerikaanse IT-gigant Unisys 60 miljoen dollar neer voor het Nederlandse TopSystems dat nog maar luttele maanden in Zwemstra’s portfolio zat. Omgerekend op jaarbasis bedroeg het rendement 1100 procent. Na het uiteenspatten van de zeepbel, richtte Zwemstra in 2003 Main Capi- tal Partners op. Met zijn eerste drie investeringsfondsen kocht de firma belangen in vooral winstgevende, de opstartfase gepasseerde softwarebedrijfjes.

Main Capital is inmiddels één van de grootste ITinvesteerders van het land. Het onlangs gelanceerde Main Capital Fund IV heeft 85 miljoen euro opgehaald, waarmee het participaties aan kan gaan van ‘4 tot 15 miljoen euro.’ De sleutel van de snelle groei van Main Capital ligt volgens Zwemstra in zijn ICT-specialisatie. ‘De software-sector is ongelooflijk groot en eet zich in alle andere sectoren in. Zolang wij voorop blijven lopen, profiteren wij daarvan.’


U beperkt zich tot groei-investeringen in de softwaresector. Waarom investeert u niet in start-ups?

Onze specialisatie hebben we de laatste jaren aangescherpt. Voorheen investeerden we ook in early stage media- en technologiebedrijven, maar sinds 2010 focussen we op management buy-outs van bedrijven in de software-industrie die groeikapitaal nodig hebben. Ik ben daar altijd een warm pleitbezorger van geweest, omdat ik de early stage community te goed ken. Van startups zijn de lange-termijnrendementen in de afgelopen dertig jaar niet positief geweest. Nu is dat niet anders: venture-capitalinvesteerders beginnen vaak al met het betalen van hoge multiples. Als ze dan in tien bedrijven zitten, lukt het ze nooit om die allemaal met 30 procent te laten groeien. Ze moeten het hebben van een of twee enorme klappers. Desondanks is er nu een wederopleving van dat soort investeringen. Het is gemakkelijker geworden geld op te halen voor jonge groeiende bedrijven. Dat is een hype.’


U ziet weer een nieuwe zeepbel ontstaan?

‘Ik zie zeker gelijkenissen met begin deze eeuw. De starters worden weer doodgeknuffeld. Veel business incubators in de softwaresector pamperen startende ondernemers: ze zorgen voor veel kapitaal, ze regelen huisvesting en ze nemen allerlei taken uit handen. Daar moet je mee uitkijken. Ik ben ervan overtuigd dat een goede ondernemer wordt gevormd door hard werken, door vallen en opstaan – niet door gepamper dus. In jonge ondernemers die denken met een applicatie in drie jaar de wereld te veroveren, geloven wij niet. Daar zijn er genoeg van; ga maar naar Berlijn. Daar melden startupondernemers je bij een eerste kennismaking doodleuk dat hun bedrijfje 5, 8, of 10 miljoen euro waard is en dat ze voor minder het bedrijf niet verkopen. Precies zoals in 2001! Zo iemand wensen wij succes. Ga maar met andere partijen praten. Misschien heb ik ongelijk, maar ik denk dat het best wel eens snel afgelopen kan zijn. Eén mislukte beursgang en dan is het early-stagefeestje weer voorbij.’

Management buy-outs


Dat lijkt ons toch ook voor Main reden tot ongerustheid.

‘De hype beperkt zich tot de start-ups en de supergrote management buy-outs. Er zijn heel veel ICT-bedrijven die voor miljarden over de toonbank gaan. Voor dat soort deals is op dit moment weer onbeperkt schuldfinanciering beschikbaar, met veel goedkoop geld dat tegen steeds soepeler voorwaarden wordt uitgeleend. Dat is een zeepbel in wording. Wij doen daar niet aan mee. Wij investeren in het segment van solide softwarebedrijven tussen de start-ups en die mega-buyouts in. Wij gaan daarmee partnerschappen aan. En wij betalen niet de hoofdprijs. Wij hebben dan ook geen mislukte deals.’


Welke gevolgen heeft de huidige technologiehype voor uw investeringen?

‘Van oudsher vinden veel investeerders de software-industrie riskant, te snel groeiend en wild. In werkelijkheid is de sector relatief schaalbaar, veel winstgevender dan andere sectoren, inmiddels ook veel groter, met veel doorlopende opbrengsten, en dus buitengewoon aantrekkelijk voor investeringsmaatschappijen. In Amerika gaat alles wat met Software-as-a-Service (SaaS) te maken heeft, voor torenhoge bedragen naar de beurs. Ik zie de grote internationale investeerders steeds lager in de sector naar deals speuren. In Nederland is dat te merken: dit jaar verdwijnt IT-bedrijf Exact van de beurs, vorig jaar werd concurrent Unit4 al overgenomen. In het echelon daaronder zijn wij actief. En ook daar scouten de grote jongens, met als gevolg dat de bedrijfswaarderingen oplopen.’


Het nadeel van jullie ICT-specialisatie is de afhankelijkheid van één sector. Maakt dat jullie niet kwetsbaar voor als de rek er een beetje uit is?

‘De softwaresector is ongelooflijk groot en eet zich in alle andere sectoren in. Wij hebben geïnvesteerd in de business-to-businessmarkt, in de automatisering van bedrijfsprocessen, maar ook in bijvoorbeeld customer- relationssoftware, real- time monitoring, rapportagesoftware en applicaties voor voorspellende algoritmen. De vraag naar dergelijke slimme applicaties is enorm. Ook in de gezondheidssector en in de publieke sector. Daar gaat heel veel geld in om en daarvan kunnen softwareondernemingen met een abonnementsmodel goed profiteren. Vanwege onze kennis over hoe je die transitie maakt, zijn wij een interessante gesprekspartner voor de softwaresector. Datzelfde spel gaan wij nu ook in Duitsland spelen.’


U ziet voorlopig nog geen eind komen aan ICTboom?

‘Voor ons niet. Zolang wij als kennisleverancier in die markt voorop blijven lopen, lopen wij minder risico’s. In Duitsland zijn heel veel solide softwareondernemers die al vijftien jaar keihard aan hun bedrijf timmeren, die inmiddels 6 tot 15 miljoen euro omzetten en bovendien winstgevend exploiteren. In Duitsland is men minder ontwikkeld in nieuwe verdienmodellen. Voor SaaS zijn Duitsers huiverig en daarin lijken ze op de Nederlandse softwareondernemer van tien jaar geleden. Voor ons vierde fonds zoeken we nu naar bedrijfsacquisities in Noordrijn-Westfalen. In die deelstaat zijn veel gevestigde softwarebedrijven actief, die veel te winnen hebben met een abonnementsmodel.’

Exits

U heeft inmiddels een paar mooie exits gemaakt, maar het is ook weleens minder gelukkig afgelopen. Wat beschouwt u als de grootste misser in uw portfolio?

‘In e-readerproducent iRex Technologies, een spinoff van elektronicabedrijf Philips, hadden wij samen met ABN Amro Capital een belang. Dat was een typisch early-stagebedrijf: een revolutionaire nieuwe technologie, maar nagenoeg geen winst. Toen ABN Amro na de bedrijfsovername door Fortis, Banco Santander en Royal Bank of Scotland moest afhaken, kochten wij voor 1 euro hun belang. We stonden er toen als relatief klein fonds alleen voor. Met iRex zijn we nog lang doorgegaan. Een Amerikaans bedrijf deed nog een bod van 100 miljoen dollar, maar hun inbreng bleef bij kijken, gegevens opvragen en niet kopen. Uiteindelijk hebben we het ondergebracht bij een andere investeerder, zonder er iets aan te verdienen. Het heeft ons eenderde van ons team gekost om die investering overeind te houden. Er ging een zucht van verlichting door onze organisatie toen dat avontuur voorbij was.’


Hoe vindt u investeerders voor uw vierde fonds?

‘Geld vinden is het probleem niet. In deze markt is iedereen op zoek naar rendement. Ons gemiddelde rendement is na aftrek van de beheerkosten en winstdelingen 20 procent op jaarbasis. In Fonds III was dat zelfs 33 procent. Daarmee zitten we bij de beste vijf procent van alle Europese fondsen. Voor Main IV zijn we nu al overtekend en hebben de beschikking over 85 miljoen euro aan geïnvesteerd vermogen – dubbel zo veel als het vorige fonds. ‘


Welke gevolgen heeft de snelheid van technologische ontwikkelingen in dit segment voor uw investeringshorizon?

‘Ons investeringstempo en ons exit-tempo liggen een stuk hoger, zeker in vergelijking met algemene private- equityfondsen. De gemiddelde levensduur van portefeuilles is dramatisch lang in de private-equityindustrie – na twaalf jaar is de helft van een portefeuille vaak nog niet verkocht. Volgens mij had het fonds tegen die tijd al geliquideerd moeten zijn. Wij zitten gemiddeld een jaar of vijf in een onderneming. Ondernemers van softwarebedrijven zien een deal met ons dan ook vaak als een voorbereiding op de echte exit.’


Met Main Capital Fund IV stelt u nochtans een horizon van tien jaar voor. Waarom zo lang?

‘Omdat onze rendementen heel goed zijn, is er minder noodzaak om investeringen snel te verzilveren. Kijk, private equity is een absolute money game. Hoe vaker een investering over de kop gaat, des te aantrekkelijker het is voor beleggers. Na drie jaar kun je verdubbeld zijn, maar na acht jaar is je investering misschien wel vervijfvoudigd. Dat is veel interessanter.’


Hoe groot is het risico in deze markt om te laat uit te stappen?

‘Dat is een belangrijk risico. Je moet al die tijd in beweging blijven, sleutelen aan het bedrijf, markten toevoegen. Zolang we grotere waarde in een investering blijven zien, gaan we ermee door. En soms trekken we bij wijze van verzekering een dividend, waarmee we de inleg terugkrijgen.’


Professionaliseert de private-equitysector zelf ook zo snel?

‘Ik vind dat wij in een slaperige sector zitten. Kijk maar naar de statistieken: In Europa beheert de gemiddelde partner van een private-equityfirma 1,8 investeringen. Dat komt neer op één directievergadering per maand. Wat voeren die heren de rest van hun tijd uit? De generieke investeringsmaatschappij, waarbij een partner achterover leunend wacht tot er een investmentbank langskomt met een informatiememorandum is wat mij betreft ten dode opgeschreven. Maar dat is wel de manier van werken van de helft van de firma’s in deze wereld.’


Wat voor mensen neemt uzelf aan; vooral whizzkids met veel verstand van technologie?

‘Ik neem alleen junioren aan die twee of drie studies hebben gedaan, die enorme daad- en wilskracht hebben om te leren en te werken. Die hebben vaardigheden die ik niet meer bezit: spreadsheets omdraaien, businessscenario’s snel doorrekenen, due-diligencevragenlijsten beantwoorden. Die talenten kunnen snel meer verantwoordelijkheid aan en doorgroeien. Ik geloof niet in senior-managers die ergens anders met conflict zijn weggegaan, of bijvoorbeeld in een echtscheiding liggen. Voor die mensen betaal je de hoofdprijs en dan nog kan het na anderhalf jaar niet blijken te werken.’


Snelschaken, doet u dat nog wel eens?

‘Mijn vader was snelschaker – zelf schaak ik graag op minder hoog tempo. Het is een hobby, waar ik veel van heb geleerd bij het nadenken over strategie en het creëren van succes. Ik zet heel vaak een tussenstapje om iets te bereiken. Dat werkt vaak beter dan meteen benoemen wat je wil bereiken.’ U komt op ons nou niet bepaald over als een geduldige man. ‘Dat klopt, beslissingen neem ik graag snel. Ons investeringsproces is ook op snelheid ingericht: een belang kopen moet gewoon in vier weken kunnen. Maar met relevante ervaring ben je in staat tot veel betere beslissing in een honderdste van de tijd.’

Zelf participeren in een bedrijf? Bekijk hier het aanbod op Brookz


Charly Zwemstra (52)
Studeerde in 1987 af in de bedrijfskunde, aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na zijn militaire dienst als reserve-officier academisch gevormd (ROAG) trad hij in dienst bij Credit Lyonnais. In 1993 zette Zwemstra zijn eerste op de ICT-sector gerichte durfkapitaalfonds voor Parnib op. In 2000 werd hij partner bij Alpinvest, waar hij drie jaar lang de venture-capitalpraktijk leidde. Daarna richtte hij met compagnon Lars van ’t Hoenderdaal Main Capital Partners op. Main Capital beheert vier fondsen, gericht op de software-industrie en behaalde afgelopen jaren een gemiddeld rendement van 20 procent. Zwemstra heeft bij meer dan twintig technologiebedrijven non-executive-posities ingevuld. Thans is hij voorzitter van de raad van commissarissen van softwarebedrijven Sofon, Eurosystems, Second Floor, Regas en RVC. In zijn vrije tijd houdt Zwemstra van schaken en tennis.

Redactie team, Brookz

De redactie van Brookz bestaat uit een team van deskundige en ervaren auteurs op het gebied van bedrijfsovername, groei en financiering. De redactie is onafhankelijk en schrijft objectief over nieuws, trends en ontwikkelingen in de Nederlandse overnamemarkt. 

artikel delen