Medio januari 2026 lanceerde Anthropic Claude Cowork: een AI-agent die zelfstandig bestanden leest, mappen organiseert, rapporten schrijft, workflows uitvoert en integraties beheert met andere systemen. In de weken die volgden verdampte er circa $300 miljard aan beurswaarde in de enterprise software-sector.
Waarderingen van SaaS-bedrijven kelderden met 30% vergeleken met afgelopen jaren, zo blijkt uit het rapport Digital & Technology Inzichten 2026 van JBR Corporate Finance. Investeerders herwaardeerden de bestendigheid van bestaande softwarebusinessmodellen in negatieve zin, nu zij zagen hoe ver gevorderd AI-modellen reeds zijn. Temeer omdat Cowork werd gebouwd door de AI-gedreven codeerassistent van Anthropic (Claude Code), in slechts anderhalve week.
AI-weerbaarheid is een structuurvraag
Maar de waarderingseffecten zijn niet uniform verdeeld en kennen een scherpe tweedeling. De sterkste correcties zijn zichtbaar bij bedrijven waarvan de kernfunctionaliteit direct vervangbaar is door AI-agenten: workflows automatiseren, rapporten genereren of data visualiseren – precies de taken die Claude Cowork al uitvoert. Marges komen onder druk en klantverloop neemt toe.
Aan de andere kant staan bedrijven met een wezenlijk andere waardepropositie: diepgeworteld in een specifieke sector, gebouwd op data die nergens anders bestaat, onmisbaar in een cruciaal proces dat niet fout mag gaan. Het onderscheid zit dus in de structuur van het concurrentievoordeel:
- Unieke data. Bedrijven die beschikken over propriëtaire, langjarige historische of klantspecifieke data hebben een sterke defensieve barrière. AI kan immers alleen waarde toevoegen op basis van hoogwaardige data. Dit zijn bijvoorbeeld bedrijven die fungeren als ‘single source of truth’.
- Impact en (proces)integratie. Bedrijfskritische software die diep verankerd is in de operationele processen van een klant en de belangrijkste bestuursbesluiten faciliteert, kent hoge overstapkosten en laat zich niet eenvoudig vervangen door een generieke AI-agent. Hetzelfde geldt voor software dat onderdeel is van een ‘ecosysteem’ met allerlei koppelingen naar andere software of systemen, waarbij sectoren met veel legacy-infrastructuur, zoals de maakindustrie en de publieke sector, extra weerbaar zijn tegen vervanging.
- Domeinexpertise en regulering. Softwarebedrijven die in een specifieke niche opereren met een ‘diep’ aanbod zullen minder snel last hebben van generieke AI-tools, die eerder focussen op horizontale toepassingen gezien de grotere adresseerbare markt. En in gereguleerde sectoren zoals zorg, financieel en juridisch, is een menselijk oordeel wettelijk of ethisch vereist.
- Netwerk- en platformeffecten. Hoe meer gebruikers een platform heeft, hoe waardevoller het wordt voor elke individuele gebruiker. AI kan weliswaar functionaliteit kopiëren, maar het kan geen gebruikersnetwerk dupliceren. Ook bedrijven die veel waarde toevoegen in de fysieke wereld, zoals via bijeenkomsten of eigen hardware, worden minder bedreigd.
Het gevaarlijkste gat: wat DGA’s denken versus wat kopers zien
De koppeling met bedrijfswaarde is direct: hoe sterker en aantoonbaarder eerdergenoemde factoren aanwezig zijn, hoe hoger de waardering. Zo realiseren softwarebedrijven met een laag klantverloop (churn) en een hoog netto omzetbehoud (NRR) – een sterke indicator van procesintegratie en klantwaarde – waarderingen die een veelvoud bedragen van bedrijven die hier slecht op scoren. De markt betaalt niet langer voor potentieel, maar voor bewezen klantverankering.
Toch laat een recente peiling van Software Equity Group een opmerkelijke perceptiekloof zien: 80% van de professionele kopers beschouwt AI-gedreven commoditisering als de grootste bedreiging voor SaaS-bedrijven, terwijl slechts een kwart van de SaaS DGA’s die zorg deelt. Dit kan zorgen voor een discrepantie in waarderingsverwachtingen en daarmee een tijdelijke ‘deadlock’ in de software M&A-markt.
De cruciale vraag
De les van januari 2026 is niet dat AI software vervangt. De les is dat AI generieke software vervangt. Voor software DGA’s is de vraag in hoeverre hun softwarebedrijf structurele competitieve voordelen heeft op het vlak van AI-weerbaarheid. Wie die vraag eerlijk beantwoordt, voorkomt teleurstellingen over bedrijfswaardering, haalbaarheid en doorlooptijd van een verkoopproces.