De grootste valkuil bij een overnamezoektocht? ‘FOMO’!

Jules van Berlo
3 juni 2026
Dat is meestal het moment waarop de zoektocht langzaam verandert. Eerst heel subtiel. Een onderneming die eigenlijk buiten de criteria valt, blijft toch nog even op tafel liggen. Een kandidaat die te ver van de groeistrategie af staat, krijgt alsnog het voordeel van de twijfel. Want stel dat juist daar de volgende groe
header image

De grootste valkuil bij een overnamezoektocht? ‘FOMO’!

Een overnameproces begint vaak rationeel. De strategie is bepaald, de groeidoelstellingen zijn helder en vooraf is scherp omschreven welk type onderneming daarbij past. Op papier klopt het allemaal. Tot de eerste interessante kandidaten voorbijkomen.

Dat is meestal het moment waarop de zoektocht langzaam verandert. Eerst heel subtiel. Een onderneming die eigenlijk buiten de criteria valt, blijft toch nog even op tafel liggen. Een kandidaat die te ver van de groeistrategie af staat, krijgt alsnog het voordeel van de twijfel. Want stel dat juist daar de volgende groeiversnelling zit? Die vrees om kansen te missen, zien we vaker terug in overnametrajecten.

Concessies aan uitgangspunten

Ondernemers zijn gewend kansen te herkennen voordat anderen ze zien. Dat instinct heeft vaak bijgedragen aan hun succes. Tegelijkertijd schuilt daarin ook een risico. Zeker in een markt waarin goede overnamekandidaten schaars zijn en snelheid steeds belangrijker lijkt te worden. Ongemerkt verschuift de centrale vraag dan van: past deze onderneming bij onze strategie? naar: kunnen we deze onderneming passend maken?

Dat verschil lijkt klein, maar in de praktijk zie je vaak dat ondernemers daarna concessies gaan doen aan eerdere uitgangspunten. Een integratierisico wordt minder zwaar gewogen. Een beperkte strategische match wordt gecompenseerd met groeipotentie. Of een investering die eigenlijk te vroeg komt, voelt toch aantrekkelijk omdat de kans zich nu voordoet.

Keuzestress

Onlangs begeleidden wij een ondernemer met stevige groeiambities. Er lagen twee kandidaten op tafel. De eerste sloot vrijwel naadloos aan op de bestaande strategie: een sterke regionale speler met ervaren medewerkers, een stabiele klantenbasis en directe toegevoegde waarde voor de gewenste uitbreiding.

De tweede kandidaat was op een andere manier aantrekkelijk. Innovatiever. Actief in een markt waar de ondernemer al langer nieuwsgierig naar was. Het bedrijf stond dicht bij een interessante doorbraak, maar had extra kapitaal en begeleiding nodig om die ontwikkeling echt af te ronden. Juist dat soort verhalen maakt een ondernemer enthousiast. Tegelijkertijd ontstaat dan vaak het risico dat de oorspronkelijke strategie steeds minder leidend wordt in de besluitvorming.

Terug naar de basis

In dit traject zijn we daarom teruggegaan naar de basis. Waar moest de onderneming over een paar jaar staan? Welke stap droeg direct bij aan de groeidoelstellingen die vooraf waren vastgesteld? En minstens zo belangrijk: welke kansen pasten beter bij een latere fase van de onderneming?

Daarnaast hebben we opnieuw scherp gemaakt welke criteria doorslaggevend waren en bij welke punten bewust geen concessies meer zouden worden gedaan. Dat gaf houvast om de kandidaten opnieuw op dezelfde manier te beoordelen als aan het begin van het traject en bracht rust in de besluitvorming.

Bedrijven die “bijna” passen, blijken in de praktijk namelijk vaak de meest complexe overnames. Ze vragen extra uitleg richting financiers, zorgen intern voor discussie en leggen veel druk op management en integratie. Niet omdat het slechte ondernemingen zijn, maar omdat strategie, timing en organisatie nog onvoldoende op elkaar aansluiten.

Toen de ondernemer weer scherp had welke rol de overname moest spelen binnen de groeistrategie, werd de keuze uiteindelijk een stuk eenvoudiger.

Succesvol door kansen te laten lopen

Een succesvolle overname begint met een duidelijke groeistrategie. De uitdaging zit vervolgens in het vasthouden aan die koers wanneer zich interessante kansen aandienen. Want niet elke aantrekkelijke overnamekandidaat draagt bij aan de groeidoelstellingen die vooraf zijn vastgesteld. Juist het vermogen om dat onderscheid te blijven maken, bepaalt of een overname uiteindelijk vooral groei oplevert of daadwerkelijk bijdraagt aan waardegroei.

Geschreven door
Jules van Berlo, Claassen, Moolenbeek & Partners

Jules van Berlo is directeur bij Claassen, Moolenbeek & Partners. Hij zet zich graag in bij vraagstukken over bedrijfsgroei, waarderingen, en overnames, vooral bij innovatieve en startende bedrijven. Zijn ervaring bij Claassen, Moolenbeek & Partners als organisatieadviseur sinds 2008, als register valuator sinds 2011 en als directeur sinds 2013 kan hij daarbij ten volle benutten.

Nieuwste verhalen