In veel commerciële contracten is een zogenoemde change of control-bepaling opgenomen. Een dergelijke bepaling geeft een contractspartij de bevoegdheid om de overeenkomst te beëindigen als bij de andere contractspartij de zeggenschap wijzigt.
Dit kan gaan om een (substantiële) verandering in de directe of indirecte aandeelhouderssamenstelling of een verandering in het bestuur van de vennootschap. Maar zoals bij alles wat met contracten te maken heeft zijn er veel scenario’s mogelijk en is de nuance belangrijk.
Waarom een change of control?
Er kunnen verschillende redenen zijn om een dergelijke bepaling op te nemen. Denk aan de opdrachtgever die bewust heeft gekozen voor een klein IT-bedrijf vanwege de korte lijnen en het persoonlijke contact. Als deze vervolgens wordt overgenomen door een groot concern, kan dit de samenwerking aantasten.
Of aan een duurzaam kledingmerk dat de mogelijkheid wil om een overeenkomst op te zeggen met een producent als deze in handen komt van een investeerder met heel andere belangen.
Wat telt als zeggenschapswijziging
Een change of control is geen wettelijk begrip. Een goede change of control-bepaling moet daarom precies zijn wanneer ze van toepassing is. Gaat het om een bepaald percentage van de aandelen? Of het recht om de directie te benoemen? Is er sprake van een zeggenschapswijziging als twee van de vier bestuurders worden vervangen?
In het verlengde hiervan kan ook nog worden afgesproken welke wijzigingen het recht op beëindiging doen ontstaan: elke zeggenschapswijziging, of alleen een overgang naar bijvoorbeeld een concurrent. Ook moet in het oog worden gehouden wat de reden is voor het opnemen van de change of control. Deze is anders bij een persoonlijke samenwerking dan bij een bescherming tegen sommige investeerders.
Een voorbeeld uit de praktijk
Het belang van een goed geschreven change of control-clausule wordt duidelijk bij een geschil tussen twee snoepbedrijven (ECLI:NL:GHAMS:2026:905). De zaak ging over het Belgische CSB en het Nederlandse Copar. CSB had Copar een licentie gegeven om haar merken in Nederland te gebruiken. De licentieovereenkomst bepaalde dat CSB de licentieovereenkomst mocht opzeggen als Copar in handen kwam van een concurrent.
Toen een investeringsfonds de meerderheid in Copar verwierf, zegde CSB de overeenkomst op met een beroep op deze bepaling. Zij stelde dat het fonds een concurrent was, omdat het actief was in de snoepbranche. Maar het Gerechtshof Amsterdam ging hier niet in mee. Het hof oordeelde dat het fonds zelf geen snoep maakte en dus geen concurrent was, zodat voor opzegging geen plaats was.
Hier speelde de redactie van de bepaling CSB parten. Als de bepaling bij elke zeggenschapsverandering opzegging had toegestaan, dan had CSB waarschijnlijk wél mogen opzeggen.
Waar je op moet letten
In de praktijk is het bij het maken van contracten belangrijk om van tevoren na te denken over het bereik van je change of control-bepaling en het doel dat je ermee wilt bereiken. Hoe beperkter de situaties waarin de wederpartij mag opzeggen, hoe groter de kans dat het contract een latere verkoop overleeft.
Dit is prettig voor de over te nemen partij, maar mogelijk bezwaarlijk voor de andere kant. Het is een genuanceerd evenwicht, dat een zorgvuldige benadering vergt. Goed juridisch advies kan helpen dat krachtenveld te navigeren.