Het effect van inflatie op de waardering van een onderneming

Thomas van Elmpt
Thomas van Elmpt, TransEquity Network
3 november 2026
Wie een verkoop overweegt, doet er goed aan niet alleen de EBITDA te onderbouwen, maar ook inzichtelijk te maken hoe prijsbeleid, investeringen en werkkapitaal de toekomstige kasstromen beïnvloeden.
header image

Inflatie voelt inmiddels minder urgent dan tijdens de piek van 2022, maar voor ondernemers is het onderwerp allerminst verdwenen. De scherpe prijsstijgingen van toen hebben zich vertaald in een nieuw kostenniveau: hogere lonen, duurdere inkoop, gestegen energiekosten en een renteomgeving die wezenlijk anders is dan in de periode van goedkoop geld.

Daarmee is inflatie niet langer alleen een macro-economisch cijfer, maar vooral een praktische vraag voor ondernemers: lukt het om hogere kosten door te berekenen, marges vast te houden en voldoende vrije kasstroom te blijven genereren? Juist die factoren bepalen in belangrijke mate de waarde van een onderneming.

Invloed van inflatie op kasstromen

Een van de meest directe effecten van inflatie loopt via de toekomstige kasstromen. Hogere kosten voor grondstoffen, personeel, energie, transport en externe diensten zetten de winstgevendheid onder druk. Ondernemingen kunnen die druk beperken wanneer zij kostenstijgingen tijdig en overtuigend doorberekenen aan klanten.

Dat is echter niet altijd mogelijk. De ruimte daarvoor hangt af van concurrentiepositie, contractafspraken, klantrelaties en de mate waarin afnemers prijsverhogingen accepteren. Bedrijven met een sterk merk, onderscheidende producten of een dominante marktpositie hebben doorgaans meer prijszettingsvermogen dan ondernemingen in sterk concurrerende markten.

Voor een koper telt daarbij niet alleen de gerapporteerde EBITDA, maar vooral of de verwachte winst zich vertaalt in houdbare vrije kasstromen in de toekomst.

Invloed op disconteringsvoet

Ook de disconteringsvoet speelt een belangrijke rol. Bij waarderingen op basis van toekomstige kasstromen wordt gekeken naar de contante waarde van die kasstromen. Wanneer hogere inflatieverwachtingen doorwerken in marktrentes en rendementseisen, kan de disconteringsvoet stijgen. Daardoor worden toekomstige kasstromen vandaag minder waard.

Zelfs bij een stabiele EBITDA kan de ondernemingswaarde dus onder druk komen te staan als de kapitaalskosten toenemen. 

Schulden en kapitaalstructuur

Daarnaast is de kapitaalstructuur van belang. Voor ondernemingen met vaste schulden kan inflatie op papier gunstig zijn, omdat de reële waarde van toekomstige aflossingen afneemt. Tegelijkertijd worden ondernemingen met variabele rente, kortlopende financiering of een naderend herfinancieringsmoment juist geraakt door hogere rentelasten.

Dat verlaagt de vrije kasstroom en beperkt de financieringsruimte. Kopers en financiers kijken daarom kritischer naar de verhouding tussen schuld, rentegevoeligheid en kasstroomcapaciteit. 

Strategische aanpassingen

Ondernemers kunnen verschillende maatregelen nemen om de impact van inflatie te beheersen. Een scherpe analyse van productgroepen, klanten en marges is daarbij essentieel. Niet iedere omzet draagt evenveel bij aan het resultaat. Soms is het verstandig om minder rendabele activiteiten af te bouwen, voorwaarden opnieuw te onderhandelen of sterker te sturen op winstbijdrage.

Daarnaast vraagt inflatie om actief prijsbeleid: prijsverhogingen moeten tijdig, onderbouwd en consequent worden doorgevoerd. Kostenbeheersing blijft eveneens belangrijk, bijvoorbeeld door leveranciers te vergelijken, processen efficiënter in te richten en schaalvoordelen beter te benutten.

Werkkapitaal als aandachtspunt

Tot slot verdient werkkapitaal extra aandacht. Hogere voorraden, langere betalingstermijnen en stijgende inkoopprijzen leggen meer beslag op liquiditeit. Ook vervangingsinvesteringen kunnen door het hogere prijsniveau duurder uitvallen.

Daardoor hoeft een stabiele EBITDA niet te betekenen dat de vrije kasstroom gelijk blijft. Door strak te sturen op debiteuren, voorraden en crediteuren kan een onderneming rentekosten beperken en ruimte creëren voor gecontroleerde groei.

Conclusie

Inflatie raakt ondernemingswaarde dus op meerdere niveaus: via marges, vrije kasstromen, kapitaalkosten en financieringsrisico. Wie een verkoop overweegt, doet er goed aan niet alleen de EBITDA te onderbouwen, maar ook inzichtelijk te maken hoe prijsbeleid, investeringen en werkkapitaal de toekomstige kasstromen beïnvloeden. Dat geeft een koper meer vertrouwen in de houdbaarheid van het resultaat en versterkt de positie aan de onderhandelingstafel.

 

Geschreven door
Thomas van Elmpt, TransEquity Network

Thomas van Elmpt is Investment Associate bij TransEquity Network. Sinds 2020 werkzaam bij TransEquity Network binnen het transactieteam. Onze focus ligt bedrijven in actief in de sectoren groothandel, productie en (technische) dienstverlening.

Nieuwste verhalen