Liquidatieverlies deelneming beperkter aftrekbaar?

Eric Vermeulen, AKD | May 3, 2019

Op grond van de liquidatieverliesregeling kan het verlies op een deelneming in een dochtervennootschap worden afgetrokken als de dochtervennootschap wordt ontbonden (of failliet gaat).

In Nederland kennen we de zogeheten deelnemingsvrijstelling. Deze vrijstelling houdt in dat een moedervennootschap geen vennootschapsbelasting hoeft te betalen over ontvangen dividenden en verkoopwinst inzake een kwalificerende dochtermaatschappij. Verkoopverliezen zijn daarentegen ook niet aftrekbaar. In het algemeen is de deelnemingsvrijstelling van toepassing als de moedermaatschappij minimaal 5% van het nominaal gestorte aandelenkapitaal van de dochtermaatschappij bezit. De nominale waarden van alle soorten aandelen worden hiertoe bij elkaar opgeteld. Dat er meerdere soorten aandelen zijn is niet relevant (dit in tegenstelling tot de zogeheten aanmerkelijk belangregeling in de inkomstenbelasting).

Uitzondering

Er is echter een grote uitzondering op de regeling dat deelnemingsverliezen niet aftrekbaar zijn: op grond van de liquidatieverliesregeling kan een moedervennootschap het verlies op een deelneming in een dochtervennootschap in aftrek brengen als de dochtervennootschap wordt ontbonden (of failliet gaat). Deze regeling vormt dus een inbreuk op de deelnemingsvrijstelling. De liquidatieverliesregeling beoogt een tegemoetkoming te geven aan de moedervennootschap voor het verloren gaan van de niet-verrekende verliezen bij de dochtervennootschap zelf.

Berekening verlies

Voor de berekening van het aftrekbare liquidatieverlies op een deelneming is mede vanwege praktische redenen aangesloten bij het vermogensverlies dat de moedervennootschap zelf lijdt op haar investering en ziet vaak op het aankoopbedrag (inclusief goodwill) of het bij oprichting gestorte aandelenkapitaal. Hierdoor wordt tevens voorkomen dat de moedervennootschap verliezen kan aftrekken die niet voor haar rekening komen, maar voor rekening van de onbetaald gebleven schuldeisers van de ontbonden dochtervennootschap. De moedervennootschap is als aandeelhouder immers in beginsel niet aansprakelijk voor de schulden van de dochtervennootschap.

De liquidatieverliesregeling is verschillende keren gewijzigd. Vaak was de reden het voorkomen van misbruik. Internationaal-politiek is de liquidatieverliesregeling fel bekritiseerd. In 1999 merkte de Europese Gedragscodegroep inzake de belastingregeling voor ondernemingen de Nederlandse deelnemingsvrijstelling aan als een schadelijke maatregel mede vanwege de mogelijkheid om liquidatieverliezen op deelnemingen af te trekken. Nederland kon uiteindelijk volstaan met overige aanpassingen van de deelnemingsvrijstelling. Dit gebeurde op basis van de veronderstelling dat de liquidatieverliesregeling een zeer beperkte mogelijkheid biedt om vermogensverliezen op deelnemingen af te trekken, die niet significant genoeg is in de praktijk om te stellen dat de regeling schadelijk is.

Significant

Aan dat laatste kan intussen worden getwijfeld gelet op de recente berichtgeving in de media over het gebruik van de liquidatieverliesregeling als aftrekpost door onder ander Shell. Bekend is dat de Nederlandse belastinggrondslag in de praktijk vergaand kan worden uitgehold door de mogelijkheid om een liquidatieverlies in aftrek te brengen op deelnemingen in dochtervennootschappen die waar ook ter wereld zijn gevestigd, in combinatie met de mogelijkheid om die aftrekpost tot elk gewenst moment uit te stellen.

Nieuwe wetsvoorstel

Op 16 april jl. heeft een groep Tweede Kamerleden een conceptwetsvoorstel ter consultatie aangeboden dat beoogt een dam op te werpen tegen de uitholling van de belastinggrondslag die plaatsvindt door middel van de aftrek van liquidatieverliezen. Daartoe worden in essentie de volgende drie maatregelen voorgesteld:

#1 Een beperking van de aftrek tot liquidaties van dochtervennootschappen waarin de moedervennootschap een belang van meer dan 25% houdt (materiële beperking);

#2 Een beperking van de aftrek tot liquidaties van dochtervennootschappen die zijn gevestigd in de EU/EER (territoriale beperking); en

#3 een beperking van de mogelijkheid tot langdurig uitstel van het aftrekmoment van een liquidatieverlies tot 3 jaar na staking van de onderneming met een mogelijkheid tot verlenging met nog eens 3 jaar (temporele beperking).

Het is de bedoeling van de initiatiefnemers om het wetsvoorstel per 2021 in te laten gaan. Het verdient dus aanbeveling om in gevallen waarbij een te liquideren deelneming is gevestigd buiten de EU/EER of als sprake is van een participatie van 25% of kleiner, de liquidatie van die deelneming met spoed aan te pakken. Gegeven het huidige fiscale klimaat is niet uit te sluiten dat ook deze aantasting van de aftrekmogelijkheid plaats zal vinden.

Eric Vermeulen, AKD

Eric Vermeulen is met ingang van 1 januari 2016 als fiscaal partner verbonden aan AKD en werkzaam in de fiscale vakgroep. Eric Vermeulen is gespecialiseerd in fiscale advisering van nationaal en internationaal opererende ondernemingen.

artikel delen


Nieuwste bedrijven te koop ontvangen?

Inschrijving Brookz nieuwsbrief
Schrijf je in voor de Brookz nieuwsbrief en ontvang tweemaal per week het nieuwste bedrijvenaanbod in je inbox!
 




Reden interesse