Fiscale aandachtspunten bij verkoopklaar maken van een onderneming

Robbin Kühl
25 februari 2026
Een verkoopklare structuur ontstaat niet door een last minute-ingreep, maar door tijdige en doordachte structurering.
header image

Voor veel ondernemers vormt de verkoop van hun onderneming het sluitstuk van jaren bouwen, investeren en ondernemen. In de praktijk wordt de ondernemingsstructuur echter vaak pas kritisch beoordeeld wanneer een dergelijk voornemen meer concreet wordt, bijvoorbeeld omdat zich een potentiële koper aandient.

Dat is begrijpelijk, maar vanuit transactieoogpunt zelden optimaal. Regelmatig blijkt de structuur op dat moment nog niet 'verkoopklaar' - juridisch en fiscaal niet zodanig ingericht dat de onderneming efficiënt en zonder ongewenste gevolgen aan een derde kan worden overgedragen.

Een ondernemingsstructuur, zoals een BV-structuur, laat zich bovendien niet van de ene op de andere dag optimaliseren. Aanpassingen op het laatste moment leiden niet zelden tot directe fiscale afrekening, aanvullende risico’s in het duediligenceproces of een minder gunstige onderhandelingspositie. Juist daarom begint het verkoopklaar maken van een onderneming idealiter al ruim voordat sprake is van concrete verkoopplannen.

In deze bijdrage wordt stilgestaan bij een aantal veelvoorkomende aandachtspunten bij het verkoopklaar maken van een onderneming, met name vanuit fiscaal oogpunt. Afhankelijk van de specifieke structuur en omstandigheden kunnen daarbij vanzelfsprekend aanvullende aandachtspunten relevant zijn.

De juridische structuur als startpunt 

In verreweg de meeste gevallen heeft een koper een voorkeur voor de aankoop van aandelen in een rechtspersoon, zoals een BV, NV of coöperatie (hierna: BVstructuur), boven de aankoop van een ‘materiële onderneming’ zoals een eenmanszaak of VOF, of bepaalde activiteiten en bezittingen van één bepaalde BV via een activa/passiva-transactie. Via een BV-structuur kan de onderneming (of een deel daarvan – zie het onderdeel hierna) immers in één pakket worden overgedragen, zonder dat afzonderlijke activa en passiva juridisch geleverd hoeven te worden. Dit maakt de transactie overzichtelijker en beheersbaarder, en ook in veel gevallen fiscaal optimaler. 

Ook voor de verkoper is een BV-structuur vaak aantrekkelijker, mits deze fiscaal juist is ingericht. Een veelgebruikte opzet is de zogenoemde houdsterstructuur, waarbij de ondernemer een persoonlijke houdstermaatschappij heeft met daaronder een werkmaatschappij waarin de onderneming wordt gedreven. Bij verkoop van de aandelen in de werkmaatschappij is de verkoopwinst bij de houdstermaatschappij in de meeste gevallen vrijgesteld van vennootschapsbelasting op grond van de deelnemingsvrijstelling. Belastingheffing vindt dan pas plaats wanneer de winsten worden uitgekeerd aan de ondernemer. Een ‘losse’ verkoop van activa en passiva leidt daarentegen in de meeste gevallen tot een directe belaste verkoopwinst bij de ondernemer.

Als er nog geen BV-structuur bestaat, kan dus worden overwogen om die op te zetten. Het omzetten van een ‘materiële’ ondernemingsstructuur naar een BV-structuur is echter een ingrijpend en tijdrovend traject. Vaak is voorafgaande afstemming met de Belastingdienst vereist en dergelijke trajecten laten zich niet meer kort vóór een verkoop inzetten.

Ook bij reeds bestaande BV-structuren - bijvoorbeeld wanneer alle activiteiten in één BV zijn ondergebracht - kan herstructurering wenselijk zijn. Door middel van een (af)splitsing of (aandelen)fusie kan worden toegewerkt naar een verkoopbare werkmaatschappij.

Voor deze vormen van herstructurering geldt dat ze in de basis leiden tot een fiscaal afrekeningsmoment. Door gebruik te maken van fiscale faciliteiten, kan die afrekening echter achterwege blijven. Daarbij gelden specifieke voorwaarden. Dergelijke herstructureringen vergen dus zorgvuldige voorbereiding om ongewenste fiscale of juridische gevolgen te voorkomen. Verder mag voor de meeste goedkeuringen voor een dergelijke herstructurering zonder directe belastingheffing, in beginsel geen concreet verkoopvoornemen aanwezig zijn. Daarnaast is een verkoop binnen een aantal jaar na het verkrijgen van de goedkeuring, vrijwel altijd een aandachts- en mogelijk discussiepunt.

Wat wordt verkocht - en wat niet?

Een volgende essentiële vraag is wat de ondernemer wil verkopen en of dat binnen de huidige structuur ook mogelijk is. Ondernemingen bestaan vaak uit meerdere activiteiten en (waardevolle) bezittingen, waarbij mogelijk niet alles moet of kan worden verkocht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan verschillende takken van de onderneming, bepaald intellectueel eigendom of patenten, of vastgoed.  

Het kan in die gevallen aantrekkelijk zijn om activiteiten, activa of intellectueel eigendom in afzonderlijke BV’s onder te brengen. Dit creëert flexibiliteit voor zowel de koper als verkoper: per BV kan worden bepaald of deze onderdeel is van de transactie. Ook kan hier weer worden gewerkt met een ‘houdsterstructuur’, met de daarbij behorende voordelen voor de verkoper (een vrijgestelde verkoop van aandelen onder de deelnemingsvrijstelling, in tegenstelling tot een belaste ‘losse’ verkoop van activa en passiva). Een goed ingerichte herstructurering kan de transactie voor zowel koper als verkoper aanzienlijk aantrekkelijker maken dan de uitgangssituatie.

Voor vastgoed binnen de structuur verdient het in veel gevallen aanbeveling om dit onder te brengen in een afzonderlijke vastgoed-BV, bijvoorbeeld via een drietrapsstructuur (persoonlijke houdster – vastgoed-BV – werkmaatschappij). Dit geeft de koper de keuze om de onderneming met of zonder vastgoed te verwerven. Het meefinancieren van vastgoed, inclusief overdrachtsbelasting, vormt immers regelmatig een drempel. Voor de verkoper kan het vastgoed bovendien een interessante belegging blijven na verkoop van de onderneming. Een belangrijker aandachtspunt hierbij is de mogelijke verschuldigdheid van overdrachtsbelasting. 

Bovengenoemde structureringen worden vaak gerealiseerd via een bedrijfsfusie of (af)splitsing. Zoals eerder ook benoemd, vereisen dergelijke herstructureringen vaak toepassing van een fiscale faciliteit om directe fiscale afrekening te voorkomen. De gekozen route, en de bijbehorende fiscale voorwaarden verdienen dus nadrukkelijke aandacht, een goede voorbereiding is essentieel.

Wegen de voordelen wel op tegen de extra kosten?

In de regel leidt iedere extra BV tot aanvullende compliance kosten, zoals voor de administratie, de jaarcijfers, en de belastingaangiften. De beoogde structuur moet wel passen bij de ondernemer en de onderneming. In de praktijk worden soms onnodig complexe structuren met veel BV’s en complexe onderlinge verhoudingen ingericht, wat resulteert in hoge compliance en advieskosten en waarbij op een gegeven moment zelfs uit het zicht kan worden verloren waar de structuur ook alweer voor diende. De voordelen die de herstructurering met zich meebrengt, moeten wel in verhouding staan tot de extra kosten.

Een dergelijke complexe structuur kan overigens ook een overweging zijn om te herstructureren in het zicht van verkoop (de structuur weer ‘vereenvoudigen’); ook een potentiële koper zit doorgaans niet te wachten op onnodig complexe structuren.

Laatste aandachtspunten

Tot slot (maar niet als minste) verdienen ook de volgende punten aandacht:

  • Bestaat binnen de structuur een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, of is die gewenst? Dan is het raadzaam te beoordelen of deze bij een verkoop, en bij de verkoop van welk deel van de structuur deze verbreekt, en of dit tot nadelige gevolgen leidt.
  • Bestaan er interne transacties en verhoudingen binnen de structuur? Of ontstaan deze als gevolg van het bijvoorbeeld bovengenoemde herstructureren (dit is vaak het geval)? Dan is het van belang om dit correct vast te leggen in onderlinge overeenkomsten.
  • Bevinden zich nog niet‑uitgekeerde winsten in de werkmaatschappij? Wellicht is het dan de moeite waard om deze winsten voorafgaand aan een verkoop uit te gaan keren naar de houdstermaatschappij. Dit houdt opgebouwde winsten bij de ondernemer en maakt de onderliggende structuur betaalbaarder voor een koper.

Een verkoopklare structuur ontstaat niet door een last minute-ingreep, maar door tijdige en doordachte structurering. Wie daar vroeg mee begint, vergroot de kans op een soepel verkoopproces en een optimale uitkomst.

 

Geschreven door
Robbin Kühl, Wesselman Accountants | Adviseurs

Robbin Kühl is belastingadviseur bij Wesselman Accountants | Adviseurs. Hij is gespecialiseerd in due diligence en heeft daarnaast ruimte expertise op het gebied van herstructureringen, overnames en internationaal vennootschapsbelastingrecht.

Nieuwste verhalen